www.bretteastonellis.nl, alles over de schrijver Brett Easton Ellis. Op deze site leest u alles over zijn leven en zijn boeken d.m.v. fragmenten, recensies, artikelen en interviews.
‘Echt, ik ben niet immuun voor geluk’
Bret Easton Ellis spreekt met Bas Heijne voor het NRC Handelsblad over De figuranten, zijn weerzien-in-romanvorm met de personages uit Less than Zero.
‘Een troosteloos boek’ noemt Bret Easton Ellis het vervolg op zijn succesdebuut Less than Zero. De locatie is (opnieuw)het corrupte Los Angeles waarover Raymond Chandler schreef en waar Ellis woont.

"I’m ok. I’m… ok now." Bret Easton Ellis ontvangt me in zijn minimalistisch ingerichte appartement in West Hollywood. Hij ziet er ontspannen uit, draagt een trainingspak, zijn gezicht is glad en jongensachtig. Hij kijkt me aan met een plagerige twinkeling in zijn ogen. Hij weet meteen de suggestie van paranoia te wekken. Was hij in de tijd dat hij me beneden bij de conciërge liet wachten niet ‘ok’? Ik zoek hem op nog voor zijn nieuwe roman is gepubliceerd. Tijdens ons gesprek in zijn smetteloze werkkamer laat hij me weten dat hij eerst nee had gezegd tegen een interview, maar uiteindelijk toch is overgehaald. "So I guess I am lucky," zeg ik. "Are you?" vraagt hij.
Zijn nieuwe roman heet Imperial Bedrooms. Het is een vervolg op zijn legendarische debuut, Less than Zero. De hoofdpersoon Clay is 25 jaar later een geslaagd scenarioschrijver in Los Angeles. Hij keert terug na een verblijf in New York en draait al gauw weer mee in het Hollywoodcircuit, waar hij al zijn oude vrienden tegen het lijf loopt – Blair is getrouwd met Trent, die producer is; van Julian wordt gezegd dat hij een escortservice met tieners runt, de dealer Rip is een sinistere figuur, wiens gezicht onherkenbaar is door de plastische chirurgie. Wanneer Clay het aanlegt met een jonge, talentloze actrice die een rol wil, raakt hij verstrikt in een ongrijpbaar complot. Hij wordt gevolgd, er verschijnen mysterieuze boodschappen op zijn telefoon, er hangt een voortdurend dreiging in de lucht, die zich ontlaadt in scčnes van vernedering en marteling. Zoals vaak in het werk van Ellis blijft onduidelijk wat echt is en wat verbeelding. Beklemmend is het gevoel van isolement en leegte dat over de korte roman hangt. De kringen waarin Clay ronddraait blijken gangen in de doolhof van zijn geest.

Toen ik u vijf jaar geleden voor het laatst sprak, speelde u al met het idee om een vervolg op Less than Zero te schrijven.
„Voor het schrijven van Lunar Park, mijn vorige roman, moest ik mijn oude werk herlezen. Waar zou Clay nu zijn, vroeg ik me af. Ik dacht dat die gedachte wel weer zou verdwijnen, maar hij groeide uit tot een obsessie. Waar was Clay? Toen ik vanuit New York naar Los Angeles verhuisde, kreeg de roman ineens vorm.”

Less than Zero is een legendarisch debuut. Veel lezers koesteren het. Was u niet bang dat u met een vervolg …
„De mythe zou vernietigen? Maar dat is juist mijn bedoeling. Kunstenaars voelen soms de aandrang om werk dat zich een zekere status heeft verworven, eigenhandig onderuit te halen. Dus jullie koesteren mijn werk, jullie zijn eraan gehecht? Ik ga daar vraagtekens bijzetten. Misschien was dat niet de eerste gedachte die bij me opkwam, maar later zeker wel. In Lunar Park zet ik ook al het mes in mijn eigen werk. Imperial Bedrooms dwingt je in zekere zin om Less Than Zero anders te lezen. Het probleem is dat veel mensen sentimentele gevoelens voor dat boek voelen. Maar vergeet niet dat dat boek voor mij een heel andere betekenis heeft. Ik schreef het met de gedachte dat er niets mee zou gebeuren, dat alleen mijn vrienden uit die tijd het zouden lezen en begrijpen. Ik schreef het als een schoolopdracht! Als je me tijdens die maanden op Bennington had verteld dat we dit gesprek zouden voeren, zou ik je voor gek verklaard hebben.”
Anders dan uw debuut leunt Imperial Bedrooms zwaar tegen het noir-genre. De stijl is kaler dan kaal.
„Op een gegeven moment realiseerde ik dat de meeste van mijn vrienden van toen nu in de filmindustrie werkten. Ze zijn producer, acteur geworden, of scenarioschrijver zoals ik. Dat bebezorgde me een ongemakkelijk gevoel, want ik wilde geen typische Hollywoodroman schrijven. De meeste Hollywoodromans zijn satires. De filmwereld wordt op de hak genomen, er wordt voortdurend geknipoogd naar de lezer over verwende acteurs en belachelijke films. Ze worden geschreven door buitenstaanders of juist door mensen die zo met die wereld vergroeid zijn, dat ze er totaal in opgaan. De idiotie van deze stad is zo overduidelijk, dat het voor mij niet interessant is. Ik ben wel geďnteresseerd in seksuele uitbuiting, een van de oermythes van Hollywood. Dat is hier echt aan de hand. En ik wilde een boek schrijven in de stijl van Raymond Chandler. Toen ik hier terug was, heb ik zijn werk herlezen. Zijn romans gaan niet alleen over Los Angeles, het zijn een soort existentiële zoektochten, waarvan de uitkomst onduidelijk blijft. De antwoorden die aan het eind worden gegeven, lossen niets op. En Chandlers proza is zo strak. Ik had sinds Less than Zero geen minimalistisch proza meer geschreven, misschien een beetje nog in American Psycho, maar niet meer zo radicaal. Ik heb daar in het begin echt op moeten oefenen. Dan dwong ik mezelf mijn dagelijkse bezigheden in kale, afgemeten zinnen te beschrijven.”

U blijft ook in de roman dicht bij uzelf. De omgeving waarin Clay verkeert, is de uwe. Hij is schrijft scenario’s, net als u. U beschrijft de uiterst welvarende buurt waarin u woont als een plek vol waan en dreiging.
„Los Angeles is een mooie stad, maar de corruptie en banaliteit is overal voelbaar. Het trekt me meer aan die in zo’n ogenschijnlijk rimpelloos decor te plaatsen dan laten we zeggen in een achterbuurt in Baltimore, zoals in The Wire.”

Maar u schetst een veel duisterder beeld van de stad dan Chandler. In zijn romans klinkt berusting door. Ik vond uw roman in alle opzichten beklemmend.
„Vond u dat echt?”

Ja.
„Ik weet het. Het is een troosteloos boek.”

De meeste Amerikaans romans, hoe deprimerend soms ook, eindigen met de hoop op iets beters. In deze roman ontbreekt dat. Clay blijkt op middelbare leeftijd zijn eigen hel geschapen te hebben.
„Bij Chandler voel je dat hij de wereld uiteindelijk neemt voor wat-ie is. Mij lukt dat niet. Maar begrijp me goed, zo kijk ik er als schrijver tegenaan. Zo ben ik niet altijd. Ik hou van films met een happy ending, ik heb zelf scenario’s met een rooskleurig einde geschreven. Ik ben niet immuun voor geluksgevoel. Echt. Maar als schrijver moet je zo eerlijk mogelijk zijn tegenover je personages, zelfs al schokt of verveelt dat je lezers. Je moet ze hun eigen stem geven. Met een verteller als Clay had het boek geen bladzijde langer kunnen zijn dan het nu is. Deze geslaagde scenarioschrijver is zo zelfbetrokken dat hij de rest van de wereld niet kan zien. Alles draait alleen om hem. Dus heeft hij ook geen oog voor details, zoals Patrick Bateman in American Psycho heeft. De stijl van dat boek zou hier helemaal verkeerd zijn. Ik zag deze roman voor me als een lege huls.”

Dat is misschien wel de grootste schok voor de lezers die zichzelf herkenden in de Clay uit Less than Zero. De onzekere jongen blijkt veranderd in een monsterlijke narcist.
„Fans van Less than Zero zullen hun beeld van dat boek niet door mij omvergehaald willen zien. Maar mijn obsessies als schrijver worden niet gedicteerd door de verlangens van mijn lezers. In Less than Zero heeft de stijl nog iets melodieus. Clay is afgestompt en verward, maar hij draagt ook een verlangen in zich. Hij bevindt zich in de hel, maar hij zal uiteindelijk ontsnappen. Ik kijk nu anders tegen mensen aan. Iemand die opgroeit als Clay, in een dergelijke omgeving, kan niet anders worden dan zoals ik hem in Imperial Bedrooms neerzet. Dat men dat niet leuk vindt, daar kan ik niets aan doen.”

U lijkt de laatste jaren bezig met een grondige deconstructie van uw werk en uw reputatie. Hoe lang kunt u daarmee doorgaan?
„Het kan interessant zijn voor een schrijver om zichzelf op een gegeven moment onder de loep te nemen. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat hij geen ideeën meer heeft. [Ellis lacht hartelijk]. Tegen vrienden beweer ik dat het nu echt klaar is, dat ik nooit meer een roman zal schrijven. O, werpen ze dan tegen, dat zeg je altijd als je net een boek af hebt. Dat is waar, en gewoonlijk heb ik altijd wel iets in mijn achterhoofd. Maar dit keer niet. Ik ben ook te druk met het schrijven van scenario’s. Maar ik denk niet dat ik daar nog lang mee door ga. Ik weet het gewoon niet.”

Bas Heijne, NRC Handelsblad 11-06-'10